Het is geen theorie. Het gebeurt echt. Het gebeurt vandaag, elke dag, overal op de Westelijke Jordaanoever: Israël probeert duizenden Palestijnen uit te zetten. Het gaat om inwoners van zo’n tweehonderd Palestijnse gemeenschappen in Area C, die als herders en boeren in hun levensonderhoud voorzien. Tientallen ervan worden bedreigd met onmiddellijke uitzetting, andere lijden in mindere of meerde mate onder mishandeling, geweld en onteigening.
Het verdrijven van beschermde inwoners uit hun huizen in bezette gebieden is een misdaad, ongeacht de manier waarop dat gebeurt: of de inwoners met fysiek geweld uitgezet worden, of dat ze hun huizen zogenaamd vrijwillig verlaten...
Het is geen theorie. Het gebeurt echt. Het gebeurt vandaag, elke dag, overal op de Westelijke Jordaanoever: Israël probeert duizenden Palestijnen uit te zetten. Het gaat om inwoners van zo’n tweehonderd Palestijnse gemeenschappen in Area C, die als herders en boeren in hun levensonderhoud voorzien. Tientallen ervan worden bedreigd met onmiddellijke uitzetting, andere lijden in mindere of meerde mate onder mishandeling, geweld en onteigening.
Het verdrijven van beschermde inwoners uit hun huizen in bezette gebieden is een misdaad, ongeacht de manier waarop dat gebeurt: of de inwoners met fysiek geweld uitgezet worden, of dat ze hun huizen zogenaamd vrijwillig verlaten, omdat de autoriteiten hen het leven onmogelijk maken. Hoe het ook zij, gedwongen uitzetting is verboden en is een oorlogsmisdaad.
In de praktijk hanteert Israël de volgende strategie: het verbiedt het bouwen van woonhuizen en publieke gebouwen, het aansluiten op water- en elektriciteitsleidingen alsook het aanleggen van wegen. In sommige gemeenschappen heeft Israël woonhuizen gesloopt en zelfaangelegde infrastructuur zoals zonnepanelen, waterputten en toegangswegen. In andere gemeenschappen voert het leger militaire oefeningen uit op weide- en landbouwgrond van de inwoners, soms zelfs tussen de woonhuizen. Het gaat hierbij om georganiseerd, voortdurend geweld door de autoriteiten, bedoeld om de Palestijnse aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever te minimaliseren en te concentreren, en om de inwoners van hun grond en bezit te onteigenen.
Hoe kunt u helpen?
De ervaring leert dat druk op de Israëlische autoriteiten er vaak toe leidt dat zij hun plannen staken of op zijn minst uitstellen. Ook op dit punt kan openbare kritiek – in Israël en daarbuiten – de inwoners van deze gemeenschapen helpen op hun grond te blijven en voorkomen dat hun huizen worden gesloopt. Negatieve publiciteit is een prijs die Israël niet graag betaalt en in veel gevallen liever vermijdt. Samen kunnen wij deze prijs opdrijven.
Waarom wil Israëli deze inwoners verdrijven?
Israël streeft ernaar zoveel mogelijk feiten ter plekke te stellen, om grond vrij te kunnen maken voor de nederzettingen en om omstandigheden te creëren die een officiële annexatie - hetzij eenzijdig door Israël, hetzij in het kader van een toekomstig akkoord - zouden vergemakkelijken, terwijl er in de tussentijd informele annexatie plaatsvindt. Met dit doel voor ogen, probeert Israël zich intussen zoveel mogelijk grond van deze gemeenschappen toe te eigenen en het leven van de inwoners stil te leggen. Om haar bedoelingen te camoufleren beweert Israël officieel dat het “slechts toeziet op de bouwvoorschriften”, met name door het slopen van “illegale bouwwerken” en het uitzetten van inwoners uit gebieden die Israël eenzijdig tot “schietterrein” heeft verklaard. Maar dat alles is een alom bekende leugen: Israël weet maar al te goed dat het er zelf voor zorgt dat de Palestijnen onmogelijk op wettige wijze huizen kunnen bouwen en een infrastructuur kunnen aanleggen.
Waar gebeurt het?
Israël richt zich op drie gebieden op de Westelijke Jordaanoever:
1. Het zuiden van het Hebrongebergte:
hier wonen ongeveer duizend mensen, waarvan de helft minderjarig. Eind 1999 werden inwoners van dit gebied door het Israëlische leger al verdreven onder het mom van het feit dat het gebied al in de jaren ’80 tot “schietterrein” was verklaard.
2. Ma’ale Adumim Zone:
in de jaren ’80 en ’90 verdreef het Israëlische civiele bestuur honderden bedoeïenen van de Jahalin-stam van hun grond, om plaats te maken voor de nederzetting Ma’ale Adumim en later de uitbreiding ervan. De bedoeïenen werden overgeplaatst naar een permanente vestiging vlakbij de vuilstortplaats van Abu Dis, waar ze geen toegang meer hadden tot de weidegronden die onmisbaar waren voor hun broodwinning. Momenteel worden weer zo’n 3000 inwoners met uitzetting bedreigd. Zo’n 1400 van hen wonen in het gebied dat E1 wordt genoemd en waar Israël een uitbreiding van de nederzetting Ma’ale Adumim plant, om een doorlopende bebouwde strook met Jeruzalem te realiseren.
3. De Jordaan-vallei:
er wonen in dit gebied zo’n 2700 mensen, verdeeld over zo’n 20 herdersgemeenschappen. Het Israëlische leger heeft het woongebied van vele van deze gemeenschappen tot “schietterrein” verklaard en het doet er oefeningen vlak bij. In sommige gevallen worden de bewoners steeds weer gevraagd hun huizen te verlaten wanneer er geoefend wordt.
Waarom houden de Palestijnen zich niet aan de bouwvoorschriften?
Omdat Israël dat onmogelijk heeft gemaakt. Israël heeft zichzelf namelijk alle plan- en bouwbevoegdheden in de gebieden die onder Area C vallen toegekend. Daarbij weigert het civiele bestuur bestemmingsplannen te maken voor de Palestijnse gemeenschappen. Wanneer de bewoners – noodgedwongen – particuliere en publieke huizen bouwen en zich bij de infrastructuur proberen aan te sluiten, dreigt Israël deze te slopen met het argument dat het om ‘illegale bouw’ gaat, en voert dit dreigement in sommige gevallen ook uit. Zodoende is het Israël gelukt met bureaucratische maatregelen een situatie te creëren waarin de Palestijnen zich onmogelijk aan de bouwvoorschriften kunnen houden.
Als de uitzetting onwettig is, zou je die niet langs juridische wegen moeten bestrijden, via het Israëlische Hooggerechtshof?
In de bezette gebieden overtreedt Israël de wet systematisch. Dat gebeurt met behulp van de militaire wetten en voorschriften die Israël zelf invoert, buiten de Palestijnen om. Op internationaal niveau bestaat er momenteel echter geen enkele instantie die de internationale wet effectief zou kunnen opleggen. Tegelijkertijd hebben de juridische procedures die de Palestijnen in Israël hebben gevoerd slechts tot tijdelijk uitstel van de sloop- en uitzettingsmaatregelen geleid. Het Israëlisch Hooggerechtshof heeft tot nu toe nagelaten dit Israëlisch beleid als onwettig te bestempelen. In sommige gevallen heeft het hof de sloop van huizen en infrastructuur zelfs goedgekeurd, wetend dat de inwoners nergens anders heen konden.